visvrienden

sportvissen in het noorden

Een dikke twee jaar geleden, gesloten seizoen 2002, liep ik samen met mijn broer en tevens vismaat tegen en fraaie zandafgraving op, om vervolgens die zomer regelmatig met het winkle-pickertje bakstenen van voorns, brasems en zo nu en dan zeelt te vangen.

Prachtige sport op een lichte hengel, aan een prachtig water! Helder, diep, groot, veel vis en een mooie omgeving. Natuurlijk zaten we tijdens het witvissen ook te prakkiseren hoe we eens een paar mooie snoeken op dit water konden gaan vangen. Want dat die er zaten was ons allang duidelijk.

Snoek

doodaasvissen op snoek

doodaasvissen op snoek

Zo gingen we dat najaar met de kunstaashengels die kant op. We hadden de beschikking over wat zwaarder materiaal en de pluggen, grote bucktailspinners en jerkbaits vlogen naar hartelust door de lucht. En we vingen leuk snoek! Geen grote vissen, maar stuk voor stuk puntgaaf, dik en prachtig getekend, met dank aan het vaak glasheldere water. Zo nu en dan vingen we een mooie vis van dik in de 70, een tachtiger soms, maar de echt grote dames bleven weg. Op een stormachtige zondagmiddag besloot ik er weer eens heen te gaan.

Voor een in de plas uitmondende sloot, waar een striemende windkracht 5/6 vol overheen jaagde, stond ik te werpen. Een blauwe supershadrap raakte het water en ik gaf een tik met de hengel om de plug te starten. Ik had amper een slag aan de reel gegeven, toen een grote kolk en een doffe dreun een aanbeet aankondigden! Het aanslaan werd gevolgd
door een sprint van minstens 15 meter van me af, de vis nam zonder moeite meters lijn van de reel! Vervolgens nog een paar mokkende tikken aan de andere kant van de lijn en daarna niks meer. Vis verspeeld! Niet goed gehaakt, niet hard genoeg aangeslagen? Na nog een aantal verwoede pogingen met ander kunstaas heb ik m’n spullen gepakt en ben ziek van teleurstelling naar huis gegaan. Vismaten wilden het al afdoen als een vals gehaakte karper misschien, maar in het balsahout van de supershadrap was toch echt een flinke tandafdruk achtergelaten. Dit moest één van de grote snoeken van het water zijn geweest!

doodaashengels op de steunen

doodaashengels op de steunen

Statisch

Er was nu in ieder geval echt een teken van leven van grote snoek op dit water. Maar hoe konden we gerichter op deze grote vissen gaan ‘jagen’, juist in de aankomende winter? Vanaf de kant konden we alleen de oeverzones bevissen en op een water wat hectares groot is, is dat nu eenmaal niet veel. We hadden met kunstaas al veel tijd geïnvesteerd, maar nog geen grote dames kunnen vangen. Aan het bevissen van de oeverzones konden we niks veranderen, want een boot is op dit water niet toegestaan. Maar we wilden echt gericht op die paar grote dames gaan vissen en dus kwamen we uit bij grote dode aasvissen.

Een snoek heeft de dode aasvis gevonden

Een snoek heeft de dode aasvis gevonden

Deze aasvissen zouden we dan statisch, onder dobbers, op de bodem gaan aanbieden. Zeker in de winter is een grote, makkelijk te grijpen hap een prima aas voor snoek. Het kost nu eenmaal niet veel energie om zo’n prooi te grijpen, maar het levert wel de nodige energie op!

De winter was in aantocht en we zagen onszelf al in dikke pakken, weggedoken achter de paraplu aan het ijzig stille meer zitten. Turend naar de dobbers, onszelf warm houdend met dampende bakken koffie. Inmiddels kunnen we zeggen dat het statisch vissen op snoek echt een fantastische manier van vissen is! We zitten aan een pracht van een plas waar zich veel vogels hebben verzameld gedurende de koude maanden, het ijs vormt zich aan de rietstengels en op diepte liggen grote aasvissen te wachten op die ene monstervis. Ik zal proberen te beschrijven hoe wij deze visserij vanaf het begin hebben aangepakt.

Materiaal

Laat ik beginnen met het materiaal, de hengels. In feite hebben we voor deze visserij een kleine karpervis-uitrusting nodig. We gebruiken karperhengels om makkelijk grote aasvissen weg te zetten. Dit wil nu eenmaal beter met een hengel van 3,60m dan met een spinhengel van 2,70m, al kun je met een wat lichtere hengel ook best een niet te grote aasvis dicht bij de kant neerleggen. Het gewicht van de karperhengel hebben we gekozen op 2 pond; genoeg pit om de grote aasvissen te werpen en de haak te zetten. En een 2 ponds hengel is toch niet al te stug, zodat er aan de snoek ook nog sport beleefd wordt. Een snoek is nu eenmaal geen karper, die ook op een zwaardere hengel nog veel sport geeft. Ook molens kiezen we wat groter dan de gemiddelde spinmolen. De vrijloop-stand (baitrunner) die op veel karpervis-molens zit, komt voor deze visserij goed van pas. Let er op dat de baitrunner mooi licht loopt, een snoek kan erg voorzichtig aanbijten en we willen dan zo weinig mogelijk weerstand. Een reel kan ook prima fungeren als baitrunner.

Tegen het vallen van de duisternis kwam deze metersnoek nog even polshoogte nemen

Tegen het vallen van de duisternis kwam deze metersnoek nog even polshoogte nemen


In de werpstand kan de lijn ook zonder enige weerstand aflopen. Denk er wel aan dat voor het aanslaan de baitrunner of reel van de vrijloopstand af wordt gehaald! We vissen zowel met nylon als met gevlochten lijn, met een trekkracht
van (minimaal) 20 pond. Voor de beetregistratie gebruiken we dobbers of elektronische beetverklikkers. Het hangt een beetje van de situatie af wanneer we wat gebruiken. We hebben op plekken gevist waar het talud zo steil afloopt dat met een pieper vissen niet zou gaan omdat je lijn dan over de rand van het talud zou schuren.
De aasvis en het lood liggen immers op de bodem en de lijn loopt direct van lood naar hengeltop en kan over de rand van het talud schuren. Een dobber-montage (zie foto) lost dit op, de lijn loopt immers loodrecht van lood omhoog naar
dobber en zal nergens langs kunnen schuren. Wanneer het erg hard waait kan de piepermontage wel handig zijn. We monteren dan geen dobber, de beetverklikker zorgt voor de registratie. Je hebt op deze manier geen last van een boog in de lijn tussen hengeltop en dobber, of een door de wind wegtrekkende dobber.
Maar als het even kan vissen we met dobbers, want het turen naar een dobber heeft zoveel meer dan het wachten op een piepje. Het houdt je bezig en wanneer je dobber even in de ‘dode hoek’ verdwijnt spring je op in de veronderstelling
dat je beet hebt! Vaak weet je de dobber dan na nog een keer kijken weer te vinden en het blijkt toch geen beet te zijn. Maar je hebt het in ieder geval weer een uurtje warm! Dobbers maken we zelf.

drogende dobbers

drogende dobbers

Dobbers maken in het kort. Het maken van een voorraadje dobbers is eenvoudig! Bij een modelbouwzaak halen we een rond stuk balsahout met een diameter van ±1,5 centimeter. Hier zagen we ’sigaren’ van, lengte ongeveer 20cm. Randen even bijschuren. Dan een klein draadoogje in de dobber draaien (evt voorboren en een drupje lijm gebruiken) en afwerken met grondverf en zwarte
buitenverf en of rood. Waarom zwart? Op een afstand van 40 meter zien we zwart net zo goed als felgeel. En met tegenlicht is een zwarte dobber zelfs beter te zien.

Wij gebruiken graag sigaarvormige dobbers die een loodgewicht van een gram of 30 kunnen dragen. Op een afstandje blijven deze dobbers prima staan, ook als er een behoorlijke wind staat. Een lichtere dobber zal dan al snel wegtrekken
door de druk van de wind of onderstroom op de lijn. Als het rustig weer is kan een lichtere dobber trouwens wel prima gebruikt worden. Dan als laatste de onderlijn. Zeker niet het minst belangrijke onderdeel van de uitrusting! De onderlijn bestaat uit een wartel, stalen onderlijn (20 ponds, 50cm lang), met op het uiteinde één dreg. Dit systeem wordt door veel dood-aasvissers gebruikt. De aasvis wordt met een elastiek (rond kleding-elastiek bijv.) om de staartwortel aan de dreg gehangen. Met dit systeem wordt heel veel snoek keurig met de dreg in ‘het scharnier’ van de bek gehaakt en de vis kan zonder moeite worden onthaakt.

De montage in beeld, simpel maar effectief.

De montage in beeld, simpel maar effectief.

Aanslaan doen we vrijwel direct. Een flinke snoek kan een dode aasvis snel wegwerken en we willen geen risico nemen met diep geslikte haken. Bij een aanbeet is het een kwestie van de lijn rustig strak draaien, of strak laten lopen en hangen! Liever een keertje misslaan dan te lang wachten! Sla je wel mis? Leg de aasvis weer op dezelfde plek neer en de kans is groot dat die gewoon nog een keer gepakt wordt. Voordeel van deze elastiekmontage is ook dat een zachte aasvis als sardine kan worden gebruikt.

Deze vissoort is ontdooid zo zacht dat alleen met een elastiek om de staartwortel de aasvis vrij lang te gebruiken is. Met een gewone takel is de kans groot dat de haken uit het zachte vlees schieten bij het inwerpen. Andere aasvissen die wij graag gebruiken zijn makreel en haring. Zeevis is op de markt of bij een enkele viswinkel te krijgen. Zeevissoorten geuren erg sterk en oliën uit de vis komen in het water vrij: de snoek is er echt niet vies van! Ook vangen we zelf onze aasvis: voorns, kleine brasem of baars. Met zoetwatervis hebben we ook minstens zoveel snoek gevangen. De maat van de gebruikte dreg passen we aan het formaat van de aasvis aan, we gebruiken aasvissen met een lengte tussen de 20 en 30 centimeter. Hang ook eens een half opengesneden aasvis, of een aasvis zonder kop aan de dreg. Reken maar dat zo’n hap moeilijk te weerstaan is voor een passerende snoek!

De stek

Met dit materiaal kunnen we naar de plas. Natuurlijk willen we proberen een stek aan de plas te vinden, waar we kans maken op grote snoek. Dit valt niet mee. Als je het echt goed wilt doen, kun je wel een halve dag uittrekken voor het uitpeilen van een plas (zie box). We proberen opmerkelijke plekken onder water te vinden. Steil aflopende taluds of andere oneffenheden. Nu bleek dat ‘onze plas’ redelijk saai is. Wel is het talud hier en daar wat steiler of juist vlakker, maar de plas is eigenlijk gewoon een badkuip die geleidelijk aan naar een diep gat toe loopt. Tenminste, voor zover wij het in beeld hebben kunnen brengen.

de stek uitpeilen

de stek uitpeilen

Peilen. Neem een spinhengel en schuif een zwaar wartellood op de lijn. (50gr). Knoop op het uiteinde van de lijn een peildobber. Deze dobber moet het lood niet kunnen dragen. Werp naar de plek die je wilt peilen en laat het lood zakken. Lijn strak houden, je voelt een tik wanneer het lood de bodem raakt. Nu de dobber naar het lood toedraaien. Dit kan dus alleen wanneer het lood flink zwaarder is dan de dobber kan dragen! Een tik verraadt dat de dobber bij het lood is. Nu ga je lijn geven. Doe dit gecontroleerd, met stukken van een halve meter bijvoorbeeld. Nu tel je hoeveel lijn je moet geven voordat de dobber boven water verschijnt en je weet de diepte op de betreffende plek.

Dit hadden we toch graag iets spectaculairder gezien, maar het zij zo. Probeer ook uit te vinden waar prooivis zit, denk aan witvisactiviteit in het oppervlak. Bij scholen witvis kun je altijd snoeken in de buurt verwachten. Uiteindelijk hebben we een plek uitgezocht waar het talud steil is, zodat we op veel verschillende dieptes konden vissen. Met zijn tweeën vissen we met 4 hengels, elke aasvis leggen we op een andere diepte neer, variërend van 2 tot dik 8 meter diepte. Twee hengels voorzien van zeevis en twee met een zoetwatervis. En dan afwachten.

Inmiddels heeft het statisch snoeken ons al een aantal mooie vissen gebracht en we kunnen zeggen dat de kans op grote vis echt is toegenomen door het vissen met de grote aasvissen. De monsters van onze plas hebben we tot nu toe niet
weten te vangen, maar met een aantal prachtige snoeken mogen we zeker niet ontevreden zijn en we kijken dan ook alweer uit naar de winter, wanneer we onze plas weer gaan opzoeken. Probeer het ook eens de komende maanden!

Een dikke dame die de sardien al binnen een kwartier had gevonden.

Een dikke dame die de sardien al binnen een kwartier had gevonden.

Het is soms afzien in de kou, maar dat hoort erbij en de voldoening is des te groter wanneer je vangt! Laatste tip: pin je niet helemaal vast op zo’n grote zandput. Ook op kleiner water, denk aan bruggen of havens, waar snoek zich ’s winters graag ophoudt, kan met deze statische manier van vissen prima gevangen worden. Toch heeft het vissen op het grote water, met de kans op die ene vis van je leven, voor ons elke keer iets extra’s.

3 Reacties

  1. robin on July 10, 2009 5:56 pm

    ik heb een vraagje ik ben nog maar 13 jaar oud maar vis tog al veel op snoek met een dood aas visje maar ik vang tog meestal wel snoekbaars en enkele keer een snoek, Hebbe jullie een goeie metode om een visje wat van de bodem af te laten gaan voor meer kans op snoek? dank jullie wel

  2. Erik on August 11, 2009 4:14 pm

    Informatief stuk! Goed geschreven.

    Je email button werkt overigens niet

  3. arie on December 26, 2009 5:03 pm

    dit water herken ik op de fotos mijn grootste snoek hier is 1 meter 12 en 26 pond en de grootste die hier gevangen is was 1.35m

Geef een reactie